Rating: 0 sterren
0 stemmen

Hoofdstuk 8                   Op zoek naar de inbreker ©

Door Ans van Grinsven

Intussen zijn de mieren op weg naar de Grote Zandweg. Maar daar aangekomen is er een gezoem in de grote bijenkorven. "Honing? Gestolen? Door ons?"  De bijen vallen achterover van het lachen. "Hebben jullie gezien hoeveel honing wij hebben verzameld?" De mieren worden rondgeleid langs enorme hoeveelheden honing.  Nou het is duidelijk dat hier de inbreker niet te vinden is. De mieren vertrekken een beetje beschaamd. Dan gaan ze verder naar de buurt waar boer Bartjes woont. Er hangt een door de bijen eigengemaakte bijenkorf tussen twee takken net buiten het erf van de boer. Ze kloppen aan de korf en een werkbij doet open en is verbaasd dat er mieren op bezoek komen. Dit keer zeggen de mieren niets. Ze doen net of ze belangstelling hebben om kuipjes honing te kopen. Dat is heel slim van ze. Maar de bijen zeggen dat ze geen kant en klare kuipjes honing verkopen en laten vol trots hun honing zien. Alle raten zitten vol van de lekkerste honing Wat zijn onze mieren teleurgesteld. Droevig gaan ze naar buiten en weten niet wat ze moeten doen. Ze gaan naar de bermen en de bloemenweitjes. En daar vliegen bijen af en aan met honing die ze uit de bloemen halen. Allemaal kleine beetjes. Sommige bijen zijn erg knorrig dat ze gestoord worden met hun bezigheden, maar anderen zijn erg vriendelijk, Maar de mieren begrijpen wel dat niemand iets kuipjes afweet. "We gaan naar huis," zegt  Sniert, de oudste mier. "Misschien heeft de politie de lelijke dief al gevonden. Moedeloos gaan ze op weg en lopen dwars door een kleine wei waar koeien lopen te grazen.